Kleef of Kleve?

Park Johan Maurits van Nassau

Park van Kleef met Grand Canal en Elten in de verte

Het Duitse Kleve ligt, vanuit Nijmegen, nog geen 20 kilometer over de grens. Het was vroeger een hertogdom, net zoals Gelre, en het heeft daar altijd nauwe banden mee gehad. De hertogen van Gelre waren oorspronkelijk afkomstig uit het gebied zuidelijk van Kleef. Maar ook de talen aan beide kanten van de grens lagen dicht bij elkaar. Volgens de Duitse Wikipedia is de spraak in dit deel van Nordrhein-Westfalen het Kleverländisch en dat is nauw verwant aan het Zuid-Gelders. In die taal spreekt men, net als in het Nederlands, van Kleef, niet van Kleve.

Kleef ligt op een heuvel en net als bij Nijmegen is er sprake van een bovenstad en een benedenstad. In de bovenstad ligt de Zwanenburcht en vandaar heeft men een prachtig zicht op het Rijndal. Aan de overkant van dat dal liggen Emmerich en Elten. Daar tussendoor stroomt de Rijn.

DSC_6752

Kleef met de Zwanenburcht en de Stiftskerk

Hoe Nederlands Kleef was, blijkt uit twee belangrijke toeristische attracties. In het lage deel van Kleef, iets buiten de stad, ligt een prachtig park, in de zeventiende eeuw aangelegd door Johan Maurits (Johann Moritz) van Nassau-Siegen – tevens bewoner van het Mauritshuis in Den Haag. Het tuinontwerp was van Jacob van Campen, de architect van het Paleis op de Dam. Hoe deze Johan Maurits daar kwam is interessant, omdat het laat zien hoe vooraanstaand Nederland in die tijd was. Johan Maurits – eerder Nederlands gouverneur in Brazilië – werd in 1647 door Friedrich Wilhelm I, Keurvorst van Brandenburg, aangesteld als stadhouder van Kleef. Friedrich Wilhelm was telg uit het Huis Hohenzollern (van de latere Duitse keizers), maar had via zijn moeder nauwe banden met Nederland. Omdat Brandenburg een achterblijvende staat was, werd hij voor zijn opvoeding naar het welvarende Nederland gestuurd. Later werd Brandenburg, en daarmee Kleef, deel van het koninkrijk Pruisen.

Deze diashow vereist JavaScript.

Het is een mooi park dat bestaat uit twee delen, aan weerszijden van de Tiergartenstrasse. Hogerop ligt het amfitheater en het Sterrenbos met de obelisk. Aan de lage kant ligt het Grand Canal, precies in de lijn van de obelisk naar de Sint-Vituskerk op de Elterberg. Rechts van het Grand Canal ligt een wandelbos met bloementuin. Toen Lodewijk XIV dit zag, wilde hij ook zoiets bij Versailles. Maar omdat hij de Zonnekoning was, moest het natuurlijk wel een maatje groter worden.

DSC08750

Gezicht naar de Koekkoekplatz en het B.C. Koekkoek-Haus

De tweede attractie in Kleef is het B.C. Koekkoek-Haus aan de Koekkoekplatz. De Nederlandse landschapschilder Barend Koekkoek woonde hier van 1841 tot zijn dood in 1862. Hij had er een tekenschool en maakte veel romantische landschappen met bosachtige heuvels en brede dalen. Het museum ligt aan het eind van een aflopende stroom met fonteinen, dichtbij een van de vroegere stadspoorten. Er zijn ook enkele moderne schilderijen tentoongesteld.

Deze diashow vereist JavaScript.

Wat verder opvalt aan Kleef is vooral het nieuwe. Alles is van na de Tweede Wereldoorlog. Na de mislukte Slag om Arnhem trokken de geallieerden hier naar de Rijn. Kleef en Emmerik werden op 7 oktober 1944 zwaar gebombardeerd en daarna nogmaals op 8 februari 1945. Ook Wesel, Goch, Rees en Kranenburg werden verwoest. Het was voor de Engelsen geen punt: demoraliseren van de vijand was noodzaak. Dat daar burgers bij omkwamen hoorde erbij.

The_British_Army_in_North-west_Europe_1944-45-_Military_Government_Restoring_Public_Utilities_at_Wesel_BU7670

Kleef na de bombardementen

Loop je vanaf het B.C. Koekkoek-Haus naar boven, dan kom je uit bij de Stiftskirche, geheel herbouwd na de oorlog. Ik vond hem van binnen wat steriel, maar het is wel een indrukwekkende kerk. In de directe omgeving zijn beelden geplaatst die herinneren aan de Nazi-tijd. Aan de kerk hangt het ‘Kreuz der Versöhnung’ en voor de kerk staat de ‘Tote Krieger’ van de beeldhouwer Ewald Mataré uit de Eerste Wereldoorlog. Over die oorlog schreef hij:  “.. wir kämpfen doch mit einer an Bewunderung grenzenden Zähigkeit. Und wozu?” Dat viel in Nazi-Duitsland niet in goede aarde, en daarom werd zijn ‘dode soldaat’ verwijderd: het was entartete Kunst. Na de Tweede Wereldoorlog werd het teruggevonden en alsnog hier geplaatst.

Deze diashow vereist JavaScript.

Bijzonder is de plaats waar de synagoge stond: leegte. Ook in Kleef was het Kristallnacht van 9 op 10 november 1938. Nu is dit een plaats van gedenken en inkeer. Het zal niet makkelijk zijn geweest, om na het platbombarderen van de stad, ook nog deze collectieve schuld te erkennen. Loop je verder naar beneden, dan kom je uit bij het Spoykanaal. Allemaal Wiederaufbau, niet lelijk en niet mooi. Maar de stad is de moeite van een bezoek zeker waard, alleen al door deze geschiedenis.

 

Geplaatst in Kijken | Een reactie plaatsen

IJmuiden: een sluis, een dorp

Zeesluis IJmuiden

De toegang tot de oude Zuidersluis

Wat een bedrijvigheid daar in IJmuiden. Hoogovens, enorme sluizen, vissershavens, een cementfabriek, containers. En dan te bedenken dat hier niets was dan duinen en een paar stropers en jutters. En toen kwam Amsterdam met zijn wensen. Die stad was eens de grootste haven van de wereld. Maar de uitgang naar Pampus en de Zuiderzee was nauwelijks meer bevaarbaar en dus besloot koning Willem I dat er een Noord-Hollands Kanaal moest komen. Rechtstreeks naar diep water bij Den Helder. Dat was, in 1816, een waagstuk, want zo’n groot kanaal was nog nergens ter wereld gemaakt. Tachtig kilometer lang en geschikt voor zeeschepen. Maar het werd een mislukking, want het kanaal was te lang en te klein. Verruimen zou heel veel geld kosten. En dus besloot koning Willem III dat er een kanaal moest komen door ‘Holland op zijn smalst’. Dat was in 1860.

Bron: RWS Beeldbank/Bart van Eyck, 1987

Het oude IJmuiden met de eerste twee sluizen binnen de cirkel.

De regering voelde er niet veel voor en de Tweede Kamer ook niet. Veel te duur en Amsterdam wilde zelf niets betalen. Maar de stad bleef zeuren en paaide de koning zodat het er toch van kwam. Het grote probleem was dat de duinen tevens zeewering waren, die moest worden doorbroken. Sluizen waren nodig als waterkering. Ook moesten er hoofden in zee worden gebouwd om op voldoende diep vaarwater uit te komen. Het werk was begroot op 18,5 miljoen gulden, maar het werd uiteindelijk 58 miljoen. Het werd uitgevoerd door de Amsterdamsche Kanaal Maatschappij, de AKM, een Engelse particuliere onderneming. Na veel problemen kon het kanaal in 1876 worden geopend door koning Willem III. Het was een fiasco voor de aandeelhouders; het kanaal werd in 1881 overgenomen door het Rijk.

De doorgraving van de duinen gebeurde grotendeels met de schop. Hoe bedroevend de arbeidsomstandigheden waren, kun je lezen in De woede van Abraham van Conny Braam. Behalve het graven moesten natuurlijk ook nog de sluizen worden gebouwd en de hoofden in zee. Er kwamen twee sluizen, de Kleine Sluis met een oppervlak van 70 x 12 men later de Zuidersluis met 120 x 18 m(zie de panoramafoto). De nederzetting van arbeiders nodig voor alle werken werd daarna het dorp IJmuiden. In 1896 werd een aparte vissershaven geopend, er kwam een visafslag en een spoorwegstation om de vis af te voeren. In 1918 kwamen de hoogovens en in 1930 de cementfabriek Cemij, beide aan de overkant van het kanaal, in Velsen-Noord.

En nu wordt hier de grootste sluis van de wereld gebouwd: 500 m lang en 70 meter breed. Waarom zo groot? Voor de cruiseschepen, zegt men. Laten we kijken: Harmony of the Seas (2016) is de grootste: 360 m lang, 65 meter breed (bovenin) en 80 meter hoog! Er kunnen 6300 passagiers aan boord, samen met 2400 bemanningsleden. Leuk? Voor sommigen wel. En willen ze die in Amsterdam ontvangen? Ook daar geldt: voor enkelen graag. Voor veel anderen: liever niet. Maar in het informatiecentrum van de nieuwe sluis kun je lezen dat Amsterdam het milieu hoog in het vaandel heeft, met teksten als ‘Aarde stevent af op nieuw warmterecord’ en ‘Broeikasgassen naar nieuwe recordhoogte’. Nu al zal de nieuwe sluis, in verband met de stijgende zeespiegel, een kerende hoogte hebben van 8,75 meter boven NAP, ruim drie meter boven het huidige peil. Deze sluis zal die zeespiegelstijging zeker niet doen afnemen!

Deze diashow vereist JavaScript.

Behalve een bezoek aan het informatiecentrum SHIP maakte ik een wandeling door oud-IJmuiden. Het oude IJmuiden werd in de oorlog helemaal afgebroken, de Duitsers bouwden hier hun Atlantikwall. Maar ook het naoorlogse oude deel was slecht en dat wordt nu helemaal vernieuwd. De gemeente heeft er een leuke route uitgezet met veel informatie. Je hoeft niets te downloaden, geen routekaart te kopen, je begint gewoon bij een van de vele bordjes met uitleg die op straat zijn geplaatst. Een goed begin is bijvoorbeeld het mooie hotel Augusta, waaraan ook nog een boeiende geschiedenis is verbonden. De route is 5,5 kilometer lang, maar je kunt stukjes afsnijden. Daarna vis eten op de Kop van de Haven: de schepen varen dan zo ongeveer op je bord voorbij. Een aanrader voor een dagje uit!

Kop van de Haven

Kop van de Haven

Geplaatst in Kijken, Wandelen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Nagele: een dorp uit één stuk

Centrale ruimte met rechts vm Hervormde kerk

Nagele, in de Noordoostpolder, is de moeite van een bezoek meer dan waard. Het dorp is uniek in Nederland, omdat het gebouwd is volgens principes die nergens zijn toegepast. Om het met Gerrit Rietveld, één van de architecten, te zeggen: het is “een poging om een dorp te maken uit één stuk (..) dit is een dorp, dat niet groeit maar in een keer bepaalt wordt en dan ook niet het karakter moet hebben van een gegroeid dorp; het toevallige element vervalt hier”. M. Kamerling, een andere ontwerper schreef dat men hier niet de (in 1953) gangbare gedachte wilde volgen, namelijk “dat men een landarbeidersdorp typisch stedelijk comfort zou moeten onthouden. (..) Een perfecte uitrusting [van het dorp] verhoogt het prestige van de groep en daarmede het zelfrespect van haar leden en de waardering voor eigen werk”. Men wilde een dorp bouwen met de allure van stedelijke perfectie.

De Noordoostpolder viel droog tijdens de oorlog. In 1946 werd het definitieve dorpenplan vastgesteld. Rond de hoofdplaats Emmeloord zouden tien dorpen komen, op een onderlinge afstand van 7 – 8 km, dit om fietsen naar het werk door de in de dorpen wonende landarbeiders mogelijk te maken. De Directie van de polder bepaalde wie er mocht komen boeren en wonen. De bevolking in de polder zou een afspiegeling moeten zijn van de Nederlandse samenleving, dus 1/3 rooms-katholiek, 1/3 protestant en 1/3 ‘overig’. Men moest van het kloeke type zijn, bereid en in staat een bijdrage te leveren aan de opbouw van de samenleving in de polder. In 1948 werd begonnen met de bouw van de eerste dorpen.

Deze diashow vereist JavaScript.

Alle dorpen in de polder, behalve Nagele, Espel en Tollebeek, werden ontworpen volgens de traditionele stedenbouw principes van de Delftse school van Granpré Molière. Hele woonwijken zijn na de oorlog tot stand gekomen volgens die principes, en, eerlijk gezegd, zijn ze nogal saai. Gelukkig waren er ook toen al enfants terribles in de architectuur, zoals de Amsterdamse groep De 8 en de Rotterdamse Opbouw, beide behorend tot de Nieuwe Zakelijkheid. Zij wilden met hun architectuur een bijdrage leveren aan een nieuwe samenleving en een ‘nieuw levensgevoel’. Bekende namen als Aldo van Eyck, Jaap Bakema, Gerrit Rietveld, Cornelis van Eesteren en Mien Ruys als tuin- en landschapsarchitect waren aan deze groepen verbonden.

Hunebed

Het ontwerp voor Nagele werd aanvankelijk gegund aan De 8; in 1952 kregen ze steun van de Rotterdamse Opbouw. Het definitieve ontwerp is van Van Eyck en Van Ginkel. In 1955 ging de eerste paal de grond in en in 1964 was het dorp “klaar”, alhoewel er daarna nog wel is bijgebouwd. Het bijzondere van het dorp is dat het aandoet als een wijk van een stad, met dorpse vriendelijkheid, en met heel veel open ruimte en groen. Alle publieke functies zijn geconcentreerd in de centrale open ruimte rond de Ring: kerken, scholen, winkels, en een café. Daaromheen liggen de wijkjes: zelfstandige wooneenheden met een eigen (kleinere) open groene ruimte, een soort echo van het grote geheel. Alles is in vierkanten ingedeeld; ook de huizen zijn rechte Mondriaan-achtige blokjes, zonder schuine daken. Dwars door het dorp loopt de Nagelervaart; de vaart loopt in een slinger (loodrecht!) door de centrale open ruimte. Rond het dorp is een aaneengesloten windsingel (40 m breed) van hoge bomen. Deze zorgen voor beslotenheid in de weidse polder. Vandaar dat men Nagele ook noemt: een ruimte in de ruimte.

Deze diashow vereist JavaScript.

Ik wandelde er op een mooie winterdag en vond het prachtig. Ruim met (kleine) tuinen en soms ook nog groenstroken tussen de huizen in, soms erfjes waar kippen en geiten scharrelen. Weinig auto’s in de straten, die staan allemaal in de parkeerkommen, geen lelijke reclameborden, geen vuil op straat. De bomen zijn inmiddels hoog geworden en deze staan soms prachtig in rijen, dan weer in groepen of als solitair. De drie kerken die ik zag waren sprekend door hun vormen en kleuren. Oorspronkelijk een katholieke kerk, een hervormde en een gereformeerde. Nu is de katholieke museum, de hervormde is van de Christelijke gemeente Nederland en de gereformeerde is Samen op Weg kerk geworden.

Koolzaadhof

Koolzaadhof

De winkels lagen op een soort mini-Lijnbaan, Noorderwinkels en Zuiderwinkels geheten. Het ontwerp is van Groosman, ze zijn nog steeds mooi, ook al hebben ze niet meer de oorspronkelijke functie. Er wonen nu 2000 mensen in Nagele, terwijl het oorspronkelijk bedoeld was voor 700 landarbeiders. Maar die hadden toen geen auto, dus kochten ze alles in het dorp. Nu staan er ook veel huizen in het duurdere segment.

Ik eindigde mijn wandeling in het museum van Nagele, de voormalige katholieke kerk. Hier een interessant overzicht van de geschiedenis van de polder en het dorp. Daar kocht ik ook het boek: Nagele met tekst van Anneke van Veen en prachtige zwartwit foto’s van Theo Baart en Cary Markerink. Veel van de bovenstaande informatie heb ik uit dit boek.

Ring met vm Gereformeerde kerk

Ring met vm Gereformeerde kerk

Geplaatst in Wandelen | Tags: | 1 reactie

Philips’ Eindhoven

DSC_4859

Uitspraak van Gerard Philips

Zeg je Eindhoven, dan zeg je Philips. We waren er nog nooit geweest, en de berichten erover waren niet gunstig: wanordelijk en druk, geen structuur, veel rommelige winkels. Waarom wil je daar nou twee dagen heen? Onze reden was simpel: we fietsten door Brabant en even de stad in is dan leuk. En, merkwaardig, bij de tweede verkenning is Eindhoven dan toch heel aangenaam en interessant.

We logeerden in het Art hotel, middenin het centrum, vlakbij het station. Het zit in de voormalige Lichttoren van Philips. Mooi industrieel erfgoed. Ga je naar buiten, dan kom je in een groene oase te midden van de drukte. Daar liggen nog meer voormalige Philips gebouwen en die krijgen of hebben nu allemaal andere bestemmingen. Verbazingwekkend hoeveel Philips hier was. Verder naar het westen zie je helemaal hoe groot dat bedrijf was. In het centrum worden nu hoge woontorens gebouwd. Daar ligt ook een Bijenkorf, pal naast het station. De Vestdijk spoortunnel met typische Wederopbouw-beelden vormt een boeiend contrast met deze moderne architectuur.

Deze diashow vereist JavaScript.

Wij gingen eerst langs de Dommel lopen. In die buurt zaten vroeger veel kleine fabriekjes – tabak, linnen – en zo kom je ook bij het Van Abbemuseum. Van Abbe was sigarenfabrikant in Eindhoven en kennelijk verdiende hij zo veel met zijn Karel I-sigaren, dat hij schilderijen kon kopen en nog geld over had om de stad een museum cadeau te doen. Een sigaar uit eigen doos, want het volk betaalde hem voor zijn giftige rookwaren. Maar hij wist niet beter. De kunst die we hier nu zien, zou hij misschien niet hebben gekocht; iedere tijd heeft zijn eigen waarden. Langs de Dommel lopend, kom je ook bij het Lex en Edo Hornemannplantsoen. Op Hitlers 56e en laatste verjaardag, vlak voor het einde van de oorlog, werd vanuit Berlijn opdracht gegeven om alle sporen van het verderfelijke bewind uit te wissen. De jongens hoorden daar ook bij.

DSC_4772

Lex en Edo Hornemannplantsoen

De torens van de St. Catharinakerk beheersen Eindhoven. Deze kerk is van 1861, toen moet Eindhoven nog heel klein zijn geweest. Maar wat een enorme kerk is dat. Gebouwd door Cuypers en dus rijk gedecoreerd. Hij werd geopend op de Feestdag van de Heilige Catharina. Zij was het vijfentwintigste kind in een Toscaans gezin, geboren in 1347. Ze werd 33 jaar oud maar haar CV is indrukwekkend. Kardinalen die de beest uithingen, en dat deden ze toen bijna allemaal, kregen wat te horen van haar. Ze haalde zelfs de paus over zijn zetel te verplaatsen van Avignon naar Rome. En zij heeft ook de ‘genade van het mystieke huwelijk’ ontvangen. Wat dat is, weet ik niet. De Wikipedia vermeldt dat Jezus aan haar verscheen, waarbij zij Zijn Hart kreeg en Hij het hare. Paus Johannes Paulus riep haar in 1999 uit tot ‘patrones van Europa’. Wie zegt dat het geloof dood is?

Deze diashow vereist JavaScript.

Philips bouwde veel fabrieken in Strijp. Nu is dat allemaal Eindhoven, maar vroeger lag het erbuiten. Het bedrijf werd gesticht door Gerard met kapitaal van zijn vader. Gerard werd in 1858 geboren in Zaltbommel; hij zat enige jaren op de HBS in Arnhem. Hij moet dan les hebben gehad van H.A. Lorentz, de latere Nobelprijswinnaar en naamgever van de school. Gerard studeerde werktuigbouw in Delft en werkte enkele jaren in Glasgow. Omdat hij meer wilde weten over elektronica, bezocht hij daar nogmaals de universiteit. Lord Kelvin was een van zijn hoogleraren. In 1891 kocht Gerard een fabriekje in Eindhoven, en begon met lampen. Na 1910 liet hij een fabrieksdorp bouwen voor zijn personeel. Het werd geroemd om zijn goede voorzieningen. Het Philipsdorp werd ontworpen door ir. G.J. de Jongh, gepensioneerd directeur van Gemeentewerken in Rotterdam.

DSC_4860

Strijp-S, industrieel erfgoed

Het voormalige Philipsterrein met al zijn fabrieken wordt nu omgebouwd tot een alternatief woon- en werkgebied. Het ziet er goed uit met leuke winkels, grappige trappen en luchtbruggen, veel groen en vrije busbanen. Op een van de gebouwen stond een tekst van Gerard Philips: In het begin moest ik alles alleen doen. Zo’n tekst vind ik ontroerend; wij zien alleen de grootheid van die man, maar uit zijn woorden blijkt, hoe moeilijk het was en hoe eenzaam hij aanvankelijk werkte. Zijn zestien jaar jongere broer Anton werd (later) de commerciële man. Hij bouwde het bedrijf uit tot multinational. Maar de grondlegger was Gerard: inventief en bescheiden. Eindhoven plukt er nog de vruchten van.

Geplaatst in Kijken, Wandelen | Tags: , | 1 reactie

Julianakerk Heyplaat afgebrand

Deze galerij bevat 4 foto's.

Wie had kunnen denken dat zo kort na mijn bezoek aan Heyplaat de voormalige Hervormde kerk zou afbranden. Dat gebeurde op zondagavond 6 augustus 2017. Erg verdrietig voor de koper van die kerk, maar ook voor de mensen in het … Lees verder

Meer Galerijen | Tags: | Een reactie plaatsen

Heijplaat, een Rotterdams industrie-tuindorp

DSC_3821

Heijplaat met zicht op Waalhaven

Als je op zoek bent naar plaatsen met een bijzonder karakter, dan is het Rotterdamse Heijplaat zeer geschikt. Het heeft eigenlijk alles voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van industrie en architectuur, in havens, natuur en samenleving. Zelden zag ik op een klein stukje grond zoveel variatie. Alleen al de reis ernaartoe is bijzonder. Ik nam tramlijn 8 en stapte uit bij de Pieter de Hoochweg. Daar nam ik de Waterbus naar Heijplaat. Je komt dan aan op de kade van de voormalige Rotterdamsche Droogdok Maatschappij. Daar zie je een enorme Onderzeebootloods en het oude kantoor van de RDM. Even verder ligt het tuindorp, gebouwd in 1916-1925 voor werknemers van de RDM. Een deel is afgebroken en er worden nu zelfs nieuwe energieneutrale huizen gebouwd. Ik liep door het oudste deel van het dorp en was daar een paar uur mee kwijt, inclusief koffie. Er is een goed café-restaurant en je kunt ook terecht in de voormalige kantine van de RDM.

Deze diashow vereist JavaScript.

De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij werd opgericht in 1902 en gevestigd op de Heijplaat. Het hele gebied was toen nog maagdelijk, de aanleg van Waalhaven begon pas in 1907. Directeur werd ir. M.G. (Marinus) de Gelder, die zelf het ontwerp voor de werf maakte, de machines kocht en het personeel aannam. Nadat de RDM een opdracht had gemist, omdat het onvoldoende personeel kon krijgen, besloot De Gelder dat er een tuindorp moest komen voor de arbeiders, naast de werf. De Gelder was sociaal, hij vond dat een werkgever verantwoordelijk was voor zijn werknemers. Daar hoorde goede huisvesting bij, ‘de opvoedende kracht van smaakvolle huizen’ was belangrijk volgens hem. Een tuinstad combineerde het goede van de stad met het dorp: ‘leven met de natuur, maar tevens hoogstaand geestelijk genot’.

Nadat de RDM 4 hectare terrein had gekocht (plus 1,3 hectare in erfpacht) van de gemeente Rotterdam, gaf hij de Amsterdamse architect H.A.J. Baander opdracht een ontwerp te maken. Daarvoor werd op 14 mei 1914 de Bouwmaatschappij Heyplaat opgericht, die de huizen ging bouwen en exploiteren. In 1917 werden 311 woningen in gebruik genomen, in de jaren twintig nog eens 180 die werden ontworpen door de Haagse architect S. de Clerq. De huizen waren voor die tijd ruim, met aandacht voor licht en lucht. Veel groen eromheen, gemiddeld 45 woningen per hectare. En – revolutionair voor die tijd – een watercloset en een losse badkuip onder het aanrecht in de keuken.

Deze diashow vereist JavaScript.

Op het hoogtepunt woonden op Heijplaat 5000 mensen. Wie gepensioneerd werd, moest verhuizen. De Onderzeebootloods werd gebouwd in de jaren 1928/29 en uitgebreid in 1946. In de jaren zestig begon de neergang van de Nederlandse scheepsbouw. Noodgedwongen werd gefuseerd met De Schelde, later met Verolme. Maar het hielp niet, Nederland werd te duur, alleen gespecialiseerde werven hielden het vol. Op 6 april 1983 was het bedrijf failliet, RDM Nederland ging door als staatsbedrijf. Nog later zou ‘bedrijvendokter’ Joep van den Nieuwenhuyzen redding komen brengen. Van scheepsbouw had hij geen verstand, van geld des te meer; hij was alleen minder sociaal dan zijn voorganger De Gelder. Zijn acties brachten hem zelfs voor de rechtbank, samen met voormalig havendirecteur Willem Scholten.

DSC_3758

Rondoplein en Letostraat

De scheepsbouw werd definitief beëindigd in 1996. Het havenbedrijf wilde toen ook het dorp slopen. Dat is gelukkig niet gebeurd dankzij protest van de bewoners. Zij hebben het dorp gered en wonen er zo te zien heel gelukkig.

Ik wandelde onder de poort van het RDM-kantoor naar de Alwinastraat, alwaar mooie huizen. Even later kwam ik op het Rondoplein met het muziekpaviljoen prinses Beatrix – toen prinses, nu weer. Het plantsoen wordt keurig onderhouden door enkele donkere landgenoten – die waren er niet in de glorietijd van de RDM. In de Alcorstraat (waar komen toch die vreemde straatnamen hier vandaan?) staan drie kerken: gereformeerd, katholiek en hervormd. Op de werkvloer werkten de mensen broederlijk samen, maar op zondag waren ze vreemden voor elkaar.

Deze diashow vereist JavaScript.

Er waren scholen, een badhuis, een jonggezellenhuis, een gebouw voor de brandweer en een politiepost. Op de Courzandseweg was een ontspanningsgebouw, dat is nu café-restaurant Courzand. Wat opvalt zijn de gebogen straten, de poortjes en de besloten pleintjes. De mensen werken nu ver weg in de stad, dus weinig auto’s tijdens mijn wandeling in het dorp. De mensen die ik buiten zag waren meest hondenbezitters. Niet alleen is het dorp zelf groen, ook daaromheen is dat het geval. En even daarbuiten de grote watervlakte van Waalhaven met enorme schepen, stapels containers en kranen die bedrijvig heen en weer schieten. Prachtig landschap met bijbehorend geluid. Een aanrader om hier een keer te kijken.

Geplaatst in Kijken, Wandelen | Tags: , , , | 1 reactie

Helmonds welvaart

dsc_2950

Veestraatbrug Helmond

Waarom reis ik op een mooie winterdag naar Helmond? Er is eigenlijk geen reden voor te bedenken, behalve dat ik er nog nooit ben geweest en dat het aan de Zuid-Willemsvaart ligt. Maar dan nog? Is Helmond niet een saaie fabrieksplaats, met weinig monumenten en veel kleine arbeidershuisjes? Maar kan dat een plaats ook niet interessant maken? Kan het gewone, het alledaagse misschien ook boeiend worden door het eens wat intensiever te bekijken? Dat is de opgave die ik mijzelf heb gesteld, toen ik mijn reis naar Helmond aanvatte.

Ik ging er met de trein heen en genoot van het landschap. Veel wit door de sneeuw en alles in rust. Na drie keer overstappen kwam ik keurig op tijd in Helmond. Op het Stationsplein schrok ik even van de hoge appartementsgebouwen die het plein omzomen. Lelijk is het niet, maar gezellig evenmin. Koffie is er niet te krijgen, dus doorlopen de stad in. Waar is hier het centrum? Ik kom op een drukke weg, de Kasteeltraverse, en zie aan de linkerkant een mooie neoclassicistische kerk. Katholiek denk ik, maar bij nader onderzoek hervormd, al jaren buiten gebruik. Dat is alvast één vooroordeel minder. Op een hoekje vind ik een aardig Italiaans eethuisje, waar ze koffie schenken. Ik vraag naar het museum, en krijg antwoord uit diverse hoeken. Het stadsmuseum is vlakbij, in een kasteel aan het kanaal, en aan de overkant ligt een hedendaagse dependance. Het kasteel is geen nep, het is oud met dikke muren en donjons, zware keldergewelven en portretgalerijen. De oudste waterburcht van Nederland lees ik, gesticht in 1325, te midden van moerassen.

Deze diashow vereist JavaScript.

Het verhaal in het kasteel is gericht op oude tijden, ik wil meer van het recente verleden zien. Daarom naar de dependance aan de overkant. Daar is een tentoonstelling over Vlisco. De oorsprong van Vlisco ligt in het begin van de 19e eeuw toen een Duitser daar, aan het kanaal,  een textieldrukkerij begon. In 1846 werd het overgenomen door Pieter Fentener van Vlissingen die de zaak flink uitbreidde. Nu zijn er nog steeds grote fabrieken in Helmond, vrijwel in het centrum van de stad, dat zie je niet zo vaak meer. Kleding met Vlisco prints is een begrip in Afrika. De tentoonstelling in het Helmondse museum bevat ook werken van een Nigeriaanse kunstenaar, Yinka Shonibare, nooit van gehoord natuurlijk. Figuren aangekleed met Vlisco kleding. Afrikaanse vrolijkheid en humor!

Deze diashow vereist JavaScript.

Het museum ligt in het Boscotondocomplex aan het Frans Joseph van Thielpark. Van Thiel kwam uit een familie van Helmondse industriëlen, was minister in het kabinet Drees II en van 1956 tot 1972 voorzitter van de Tweede Kamer. Boscotondocomplex: wat een vreemde naam, maar het is mooi, rijk ook. Bronzen daken en appartementen in een rondte gebouwd, een ontwerp van de Italiaanse architect Adolfo Natalini, mij onbekend. Gebouwd op de plaats van de vroegere fabrieken van Begemann, die hier in 1871 een ijzergieterij begon. Later bouwden ze stoomwerktuigen en staalconstructies, nog later centrifugaalpompen. Een daarvan is als monumentje langs de Zuid-Willemsvaart geplaatst.

Helmond heeft zijn welvaart te danken aan de Zuid-Willemsvaart. Gegraven in opdracht van koning Willem I, om de twee delen van zijn Koninkrijk met elkaar te verbinden. Het industriegebied van Luik met ’s Hertogenbosch en van daar met de havens van Dordrecht, Rotterdam en Amsterdam. Het kanaal werd ontworpen door A.F. Goudriaan (1769-1829) en uitgevoerd door zijn zoon B.H. Goudriaan (1796-1842). Duizenden arbeiders groeven het met de schop. In 1826 was het klaar. Daarna kwamen de fabrieken in Helmond. In 1866 kwam ook nog het spoor: de lijn Breda – Maastricht. Geweldige prestaties uit de negentiende eeuw.

Deze diashow vereist JavaScript.

Behalve arbeiders woonden er ook rijke industriëlen in Helmond, merendeels aan de westkant van het kanaal. Daar zie je grote villa’s op ruime kavels. Ik zag daar ook de kerk van Onze Lieve Vrouwe Tenhemelopneming. Nu kun je er hemels dansen. Dichtbij de kerk staan twee kubuswoningen van Piet Blom (1934-1999). Het waren de eerste die hij bouwde. Ze zijn mooi en goed onderhouden. Buiten alles scheef, binnen lijkt het recht.

Aan de oostkant van het kanaal loop ik langs de voormalige Havenkom naar het Oostende. Mooi dat die Havenkom open terrein is gebleven. Ik kom langs Kasteel Noord, een minder geslaagde woonburcht. Daarna loop ik door oude arbeidersbuurten, die nu geleidelijk worden vernieuwd. De Klaverhof is monumentaal, de huisjes langs de Willem Prinzenstraat minder. Blijkens het straatnaambordje was deze Willem Prinzen (1847-1919) lid van het Burgerlijk Armbestuur. Als hij heeft bijgedragen aan de bouw van deze huizen, heeft hij goed werk gedaan. Midden in de wijk ligt de St. Jozefkerk, ook buiten gebruik. Daarnaast de pastorie. Riant voor één pastoor, te midden van slovende gelovigen.

Deze diashow vereist JavaScript.

Terug naar huis rijdt de trein langs De Cacaofabriek, nu een cultureel centrum, waar ik eerder die dag lunchte. De fabriek, ook aan het kanaal, bestond van 1894-1932. De cacao werd ongetwijfeld aangevoerd over het kanaal, via Amsterdam, de cacaohaven van Europa. De portaalkraan is blijven staan, daarachter rukt de wijk Suytkade op: het moderne wonen ‘voor mensen die wel houden van een beetje actie en dynamiek’. Ik neem afscheid van Helmond en de Zuid-Willemsvaart, bron van zijn welvaart.

dsc_3033

De wijk Suydkade rukt op naar het centrum

Geplaatst in Wandelen | Tags: , | Een reactie plaatsen

Klimaat en bevolkingsgroei

apocalyps

Apocalyps (Bron: playbuzz.com/jakewood)

Het is merkwaardig dat klimaatdoelen worden vastgesteld, zonder dat wordt ingegaan op de groei van de wereldbevolking. Alle voorvechters van het klimaat zijn blij met het akkoord van Parijs. We gaan de wereldwijde temperatuurstijging beperken tot 2, misschien zelfs 1,5 graad, door minder CO2 uit te stoten. Maar hoe kan dat, als de wereldbevolking explodeert? Kijk eens naar het grafiekje hieronder: dat geeft op een geologische tijdschaal de groei van het mensdom weer. In 1800 telde de wereldbevolking 1 miljard mensen, nu ruim 7 miljard. Dankzij goed voedsel en medische zorg blijven mensen langer leven. Geweldig! Maar al die mensen willen toch ook graag een tikkie meer, net zoals wij, dus meer energiegebruik en meer afval.

populationgrowth-kopie

Bevolkingsgroei sinds de laatste ijstijd

China is – nu nog – de grootste uitstoter van CO2, inmiddels ruim voor de Verenigde Staten. Sinds 1990 is de uitstoot per hoofd van de bevolking in China verdrievoudigd, in India is die verdubbeld. Gaan die landen nu ineens zoveel minder uitstoten? De eerste klimaatconferentie was in 1995 in Berlijn. Toen waren China en India nog hele kleine uitstoters. Wereldwijd groeide de uitstoot sinds 1990 met 58% (zie de grafiek). Dus je buigt een trend niet zo heel gauw om, voorlopig zal die uitstoot van China en India nog flink blijven groeien. Want per capita is de uitstoot in India 1,6 ton, in China 6,7 en in de VS 16,2 ton. Grappig genoeg is de uitstoot per capita in China ongeveer gelijk aan die in West-Europa, dus mogelijk komen de Chinezen op termijn wel weer op hetzelfde uit als wij. Maar in India gaat de uitstoot per capita zeker nog groeien en dat geldt ook voor hun bevolking.

Deze diashow vereist JavaScript.

India heeft op dit ogenblik bijna net zoveel inwoners als China, allebei ongeveer 1,3 miljard. Maar India groeit veel harder, namelijk sinds 1990 met 45% tegenover China met ‘slechts’ 20%. Dus over 5 jaar is niet meer China het grootste land, maar India. En die willen ook graag meer welvaart: reizen, airco, industrie, allemaal gebruikers van (vooral) kolen, olie en gas. Zeker, er zullen ook wel een paar zonnepanelen worden geplaatst, maar dat kan nooit de enorme vraag naar energie opvullen. Als India over 25 jaar dus nog eens met 40% is gegroeid tot 1,8 miljard inwoners en als die per hoofd net zoveel CO2 uitstoten als China nu, dan praten we over een toename van de CO2 uitstoot, die groter is als wat China nu als geheel uitstoot.

fertilityrate

Vruchtbaarheid in diverse landen

Er zijn behalve India nog wel enkele grote groeiers in de wereld. Kijk eens naar buurland Bangladesh. Of naar Nigeria – in 2050 het vierde grootste land in de wereld met 397 miljoen inwoners – of Indonesië, het vijfde met 366 miljoen mensen. Moslims stoppen niet met de voortplanting; wij, brave westerlingen, doen dat wel. De wereldbevolking groeit iedere minuut met 169 personen (geboorten minus sterfte): 166 in de onderontwikkelde en 3 in de ontwikkelde landen! Wij groeien alleen nog door immigratie. Alles wat wegtrekt uit arme en beroerde landen, vindt hier een bestaan, met of zonder werk. En ze zouden wel gek zijn om terug te gaan, want ondanks alle misère hier, is het daar nog veel slechter.

vluchtelingen

Vluchtelingen terug? (Bron: NRC)

In Afrika nemen ze nu 3% van de wereldwijde CO2 uitstoot voor hun rekening met 1,1 miljard mensen. Dat is per hoofd ongeveer 1 ton. Afrika groeit tot 2050 naar 2,5 miljard mensen. Als die per hoofd van de bevolking net zoveel uitstoten als India nu, dan produceert Afrika in 2050 net zoveel  CO2 als Europa nu. En die uitstoot is dan – per capita – nog steeds heel bescheiden. En heus, ze zullen dan ook wel een paar zonnepanelen hebben geïnstalleerd.

dhakaov

Openbaar vervoer in Dhaka (Bron: Trouw)

Steden groeien hard, meer dan het land als geheel, als gevolg van de trek naar de stad. Tegenwoordig wordt dat ook erg gepropageerd. Want in steden zou het energieverbruik omlaag kunnen, door betere openbaar vervoervoorzieningen. Dat geldt misschien in New York en Amsterdam, maar niet in Dhaka en in Niamey, om maar eens wat willekeurige voorbeelden te noemen. Dhaka is nu de derde stad ter wereld, met 18 miljoen inwoners. In 2050 zal het de tweede stad zijn met 36 miljoen. De eerste is dan Mumbay (vroeger Bombay), met 42 miljoen mensen. New York is dan van de zevende naar de negende plaats geduikeld, en die duikeling zet door, want in 2100 zal het de 25e plaats zijn. Niet omdat New York niet groeit, dat doet het ook dan nog, maar omdat die anderen zoveel harder groeien. Mét de bijbehorende uitstoot van zichtbare en onzichtbare viezigheid.

nigeria

Gezellige drukte in Lagos

Van Niamey had u natuurlijk nog niet eerder gehoord. Het is de hoofdstad van Niger, een land vol moslims. De stad zit nu niet eens in de top-100 van grootste steden. Maar het is de negende stad in het jaar 2100, als wij hier van de zon en de wind leven! Het moet Khartoem, Blantyre, Llongwe, Kinshasa en Dar es Salaam nog boven zich dulden, allemaal in Afrika gelegen. Ik denk niet dat u Llongwe en Blantyre al van naam kende. Ze liggen allebei in Malawi, samen zijn ze in 2100 goed voor 113 miljoen inwoners. Het top-10 rijtje bevat verder alleen nog steden als Dhaka, Delhi, Mumbay en Calcutta. Geen enkele Europese of Amerikaanse stad! En ook geen Japanse of Chinese. Tokyo, nu de grootste ter wereld, met 36 miljoen inwoners, is dan nummer 42, met nog maar 16 miljoen mensen. Japan als geheel krimpt in 35 jaar tijd met 30 miljoen naar minder dan 100 miljoen inwoners. Goed nieuws, helaas overschaduwd door andere slechte berichten.

blauwemensen

Kunstwerk Blauwe Mensen

Hoe gaat dit nu verder? Wat is mijn oplossing? Helaas, ik heb er geen; de vraag is of er één  is. De mensheid zal ten onder gaan aan zijn eigen succes en zo is het altijd gegaan. Denk aan de dinosauriërs. Ze werden te groot en konden hun eigen gewicht niet meer dragen. Na de Apocalyps zal er weer een fris begin zijn, een verwonderd ontwaken van leven. Voor nu is mijn boodschap: doe in Nederland vooral de nieuwe kolencentrales dicht, koop een elektrische auto – die gebruiken geen energie, schijnt het – en neem een vliegvakantie naar de Maladiven om daar in een ecolodge even tot rust te komen. Misschien valt het allemaal nog reuze mee.

turner-the-morning-after

JMW Turner: Light and Colour – the Morning after the Deluge – Moses Writing the Book of Genesis

Gebruikte bronnen: 2015 World population sheetWikipedia EngelsIEA: Key CO2 emission trends

Geplaatst in Nadenken | Tags: , | Een reactie plaatsen

Een Whopper op Arnhem Centraal

Een leeg station

Hal Arnhem Centraal

Omdat ik stadsgids ben, leid ik ook regelmatig mensen rond op Arnhem Centraal. Het is een prachtig station met een formidabele hal, schepping van Ben van Berkel van UN Studio. Laatst heb ik er een Whopper gegeten bij de in die hal aanwezige Burger King. Normaal eet ik nooit Whoppers en eigenlijk ook nooit bij Burger King, maar ik moet zeggen dat het mij alles meeviel. Voor 6,95 euro had ik een compleet Whopper menu, dat bestond uit de Whopper zelf, een zak frites en een beker limonade – naar keuze Cola of Fanta. Aangezien ik tegen Cola een zelfde weerzin voel, als ik normaal gesproken tegen Whoppers heb, besloot ik tot een Fanta.

Deze diashow vereist JavaScript.

Ik werd uitermate vriendelijk bediend door een keurig meisje, die toch ook wel weer van wanten wist, want ze sommeerde de bruin getinte jongen met petje ook zijn aandeel te leveren in mijn bestelling. Ook deze jongen was zeer vriendelijk, er was niks geen reden om te veronderstellen dat hij de kantjes eraf liep, zoals u misschien denkt na mijn beschrijving. De Whopper was heel smakelijk, met lekkere saus, hier en daar een slablaadje ertussen en ook wat rauwe rode uiringen om hem extra pittig te maken. Alleen de Fanta was een ramp, want (a) veel te groot – u weet wel in zo’n mega Amerikaanse beker (Trump size!) – en (b) ook nog eens te veel ijs, terwijl de Fanta zelf al uit de koelkast kwam. Aangezien je bij dit soort zaken eigenlijk nooit een mes, vork of lepel krijgt, heb ik het ijs er met mijn vingers uitgewipt. Maar ja, waar moet je het laten?

Burger King

Te veel ijs, te grote beker

De Whopper heb ik geheel opgegeten, de frites ook, ik kreeg er die middag nog wel wat onprettige oprispingen van, maar de laatste delen Fanta heb ik in de aanwezige afvalbak gegooid. Overigens zag het hele terrein van Burger King er netjes uit en iedereen gedroeg zich, zoals wij dat in de provincie gewend zijn: bescheiden en zonder geschreeuw.

Deze diashow vereist JavaScript.

Wat mij daarbij wel weer opviel, was hoe magnifiek die enorme hal van Ben van Berkel wel niet is, en welk een prachtig zicht je vanuit die Burger King hebt op de lijnen van de wokkel, of zoals Ben het noemt de Front Twist. Daar steekt dan het meubilair van de Burger King weer erg min bij af, want dat is allemaal goedkoop plastic en spaanplaat. Ook is het onbegrijpelijk, dat in die enorme hal van 60 miljoen (euro’s!), zich alleen een Burger King bevindt, met zo’n goedkope uitstraling. En in die hal, daar lopen en zijn zo verschrikkelijk weinig mensen, dat je niet begrijpt, waarom die zo groot gebouwd is. Het toenmalig ministerie van VROM wilde weer stations als ‘kathedralen van de nieuwe tijd’. Welnu, dat is gelukt, maar net als in kathedralen komen er weinig mensen, behalve diegenen die ik en mijn collega-gidsen rondleiden. Zoals wethouder Gerrie Elferink al zei toen hij nog raadslid was: het is een dure paraplu.

dsc04179

Links Burger King, rechts de wokkel, in het midden een mens

Nou wil ik niet alleen negatief doen over die hal, want het is een buitengewoon knappe constructie en op de spitsuren lopen er echt wel mensen doorheen. En wat niet is, kan nog komen, dit station is gebouwd voor de komende 50 jaar. Bovendien is de akoestiek er geweldig. Er was al eens een mooi concert en als iemand op de piano speelt, dan klinkt dat geweldig. Mocht u in Arnhem zin hebben in het Whopper menu, dan kan ik het u van harte aanbevelen. Voor de Fanta raad ik u dan de kleinere Rutte-afmeting aan, dat geeft minder rommel. Eet smakelijk en geniet van uw omgeving!

whopper

 

Geplaatst in Kijken | Tags: , | Een reactie plaatsen

Fietsen op Duiveland

Zelandiæ Pars Transscaldina Vulgo Beooster-Scheld

Schouwen-Duiveland; kaart van Blaeu circa 1645

Schouwen en Duiveland waren eens twee gescheiden eilanden. Het grenswater – de Gouwe – liep van de Oosterschelde langs Zierikzee en Schuddebeurs naar het noorden, en mondde daar uit in de Grevelingen. In 1610 zijn de beide eilanden aan elkaar gedijkt en werd de naam Schouwen-Duiveland. Wij logeerden een paar dagen in Zierikzee en genoten van al het moois in het stadje en zijn omgeving. Zierikzee is vroeger een belangrijke haven geweest en de Oosterschelde was de hoofdvaarroute naar Antwerpen – niet de Westerschelde. Zoals altijd is de haven verzand, ofwel werden de schepen te groot, en toen was het gedaan met de rijkdom van Zierikzee. Tot na de Tweede Wereldoorlog was het armoedig en verwaarloosd. Maar de plaats is kennelijk enorm opgeknapt, want het ziet er nu allemaal geweldig uit. En dan zie je dat herstel van oude glorie ook weer nieuwe welvaart brengt.

Zierikzee heeft een mooi museum, het is gevestigd in het oude stadhuis. Deels gerund door vrijwilligers, en die doen dat, in samenwerking met de vaste staf, kennelijk goed. Wij sliepen aan de Oude Haven in het huis waar Pieter Caland, de ontwerper van de Nieuwe Waterweg is geboren, een erg mooie plek. Je zit er vlak bij de oude stadspoorten. Aan de Haven staan nog huizen uit de 16e eeuw, rijk geornamenteerd.

Wat mij het meest opviel aan Zierikzee is het grote hoogteverschil in het plaatsje. (Zie de afbeeldingen met het Actueel Hoogtebestand; rood en geel is hoog, donkerblauw is laag). Bij de Oude Haven ligt alles hoog, op een niveau van wel ruim 3 meter boven NAP. De kade van de Nieuwe Haven ligt ook hoog, want die moest vroeger – voor de sluiting van de Oosterschelde – beschermen tegen de zeewaterstand. Maar daartussen liggen de straten erg laag en bij de rand van de oude vestingwal en de Nieuwe Haven duikt het maaiveld zelfs naar 1,5 meter onder NAP. Op korte afstand is het hoogteverschil dus wel 4,5 meter. Het betekent dat zo’n oud stadje als Zierikzee misschien begonnen is op een lichte verhoging in het landschap, maar dat in oude tijden de mensen het kerngebied al heel snel hebben opgehoogd naar veiliger niveaus. Ook opvallend is dat het vroegere water, de Gouwe, hoger ligt dan het omliggende land. Dat komt doordat de bodem hier zandig is en het omringende land klei; dat laatste is ingeklonken en daardoor lager gekomen. Alle vroegere kreken liggen nu hoger dan het omringende land.

Bij de Ramp van 1953 stroomde het water natuurlijk over de dijk het lage gebied in. Doordat het hoger gelegen deel van Zierikzee dichtbij was, en vrij groot, konden de mensen zich snel in veiligheid brengen en daar schuilen. Daardoor zijn er betrekkelijk weinig mensen in Zierikzee verdronken, ik geloof maar twaalf. Veel erger was het in de rest van Schouwen-Duiveland. Wij bezochten ook het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk, een paar kilometer buiten Zierikzee. Het is gevestigd in de vier caissons die hier gebruikt zijn om het laatste gat in de dijken te dichten, in de herfst van 1953. Die caissons schoven en zakten alle kanten op, toen ze daar afgezonken werden.

Pas in het jaar 2001 werd het eerste caisson ingericht als museum en enkele jaren geleden is het uitgebreid tot alle vier caissons. Het meest indrukwekkend is hier de lijst met namen: 1835 mensen kwamen om, sommigen zijn nooit teruggevonden. Ik heb een hoogtekaartje bijgevoegd met de ligging van het dorp Ouwerkerk, vlak achter de caissons en het toenmalige doorbraakgat. Ook daar ligt de kern van het dorp hoger, maar die kern is heel klein. Het water moet met een geweldige kracht door het gat in de polder zijn gestroomd en als een vloedgolf op het dorp zijn aangekomen. Geen redden meer aan, in het dorp kwamen 91 mensen om, 15-20% van de bevolking. Hetzelfde geldt voor Nieuwerkerk even noordelijker gelegen, maar groter. Daar waren 289 doden, een zesde deel van het dorp.

Wij fietsten door dit prachtige Zeeuwse land, het lijkt helemaal vlak. Maar dat is het dus niet, er zijn hoogteverschillen van enkele meters, genoeg voor het verschil tussen dood of leven. Wind was er ook nu, en dat maakt het fietsen een beetje zwaarder. Toen, in 1953, had de wind orkaankracht en was het ook nog springtij. Bij Ouwerkerk was de buitenwaterstand ongeveer 4,5 meter plus NAP. Een muur van 6 meter water stortte zich in de polder.

Fietsen op Schouwen-Duiveland

Strakke lijnen, mooie dijkjes

Het land is leeg, er zijn veel smalle dijkjes, rechte sloten en grote boerderijen, weer opgebouwd na de ramp. In Zeeland wordt hard gewerkt, en hopelijk levert het de boeren ook wat op. Wilde natuur is hier niet, het is meer een combinatie van cultuur en natuur: strakke lijnen op de akkers naast kronkelende kreekjes, ooit bedijkt. Ik moet denken aan het boek van Chris de Stoop, Dit is mijn hof, en hoop dat hier niet ook de zucht naar nieuwe natuur toeslaat en de boeren worden weggejaagd. Dit land is rijk en mooi, gewonnen op de zee door mensen die volhard hebben, zelfs na de grootste ramp, nu 63 jaar geleden.

Langs de Oosterscheldedijk

Natuur langs de Oosterscheldedijk

Geplaatst in Fietsen | Tags: , | Een reactie plaatsen