Bevermeersepad – hoe houd je de polder droog?

De streek van de Liemers, tussen Zevenaar en Doesburg, stond vroeger zowat iedere winter onder water. Het ligt laag, tussen Rijn, IJssel en Oude IJssel, en die rivieren stonden vaak hoog, zodat de dijken overliepen of het water eronderdoor kwelde. Als er plaatselijk veel regen viel, stroomde die naar het laagste punt en bij hoge rivier kon het water niet weg. Want gemalen waren er nog niet, alles moest door sluizen op de rivier worden geloosd. En die sluizen bleven dicht bij hoge rivierstanden. Deze streek was dus arm en geïsoleerd. Dat heeft ook weer een voordeel, namelijk dat het nog tamelijk onaangetast is, alhoewel je dat niet zou zeggen als je langs Duiven en Zevenaar naar Duitsland rijdt. De streek is verdeeld in verschillende polders en de Bevermeer is daar een van; de polder Liemers ligt ernaast net als de Oude Rijnstrangen. Een jaar geleden is hier een mooie wandeling uitgezet (het Bevermeersepad), met een beeldje van een bever, maar of die beestjes hier echt zitten, weet ik niet. Het is er wel bij uitstek geschikt voor. Wat mij vooral trof, is de ingewikkelde waterstaatkundige structuur: het water stroomt er op meerdere verdiepingen.

De wandeling begint in het dorp Angerlo en is goed met bordjes aangegeven. Een kaartje meenemen is desondanks aan te bevelen. Wij liepen hem rechtsom, maar het kan ook anders. In het dorp begin je bij de zeer oude romaanse kerk. De eerste (pre romaanse) versie was er al in het jaar 1033. Daarna langs een boerderij in het dorp en vervolgens de dijk op. Dan kom je bij het gemaal Bevermeer van het waterschap Rijn en IJssel. Links ligt – parallel aan de Oude IJssel – het Broekhuizerwater. Het gemaal Bevermeer pompt het binnenwater van de polder Bevermeer op dit Broekhuizerwater en daar vandaan vloeit het in de Oude IJssel die zich bij Doesburg verenigt met de Gelderse IJssel.

Maar nou zie je bij dit gemaal iets bijzonders. Het gemaal pompt het water uit een laaggelegen plas over de dijk. De plas wordt gevoed door het water van de Didamsche Wetering, de hoofdleiding van het lage deel van de Bevermeer. Maar naast die plas ligt enkele meters hoger, op het niveau van de dijk, nog een watergang en die stroomt vrij uit in het Broekhuizerwater. Deze zogenoemde Hoge Leiding brengt het water van de hoge gronden bij Wehl naar de rand van de polder, zonder waterbezwaar voor de polder zelf. Die Hoge Leiding is gemaakt tijdens de crisisjaren 1930. Het gemaal is pas ruim dertig jaar later gebouwd en daarmee wordt sindsdien de Bevermeer drooggehouden.

Nadat je een lang recht stuk langs de Hoge Leiding hebt gelopen, kom je bij een kruising van twee waterlopen. De Hoge Leiding loopt door naar het zuiden en vanuit het oosten mondt de Wehlsche Beek in de Hoge Leiding uit. De beek doet zijn naam geen eer aan; het is aan die kant een rechtgetrokken waterloop die het water snel moet kunnen afvoeren. Gegraven met de schop in werkverschaffing met af en toe een ruziepartijtje, zoals nog te lezen is in de Graafschapbode van september 1932. Naar de westkant loopt de Wehlsche Beek door, maar hier ligt de waterspiegel lager; de beek is gescheiden van de Hoge Leiding door een keersluisje. Dat deel van de beek voert zijn water naar de Didamsche Wetering die, op het lage niveau, de verbinding vormt naar het gemaal. Hoe nauw het waterbeheer luistert, zie je verderop, waar een stuwtje zorgt voor een watersprong in de beek.

De beek loopt door een aardig bosje en daarna langs een akker, waar de vette klei door het ploegen omhooggekomen is. Daar duiken ook de vier grote windmolens op die sterk het beeld van de polder bepalen. Vaak zijn grote windmolens in het landschap niet mooi omdat er te veel bij elkaar staan, maar hier fleuren ze het geheel op. Dat komt ook door de donkere luchten met toch nog wat zon van die dag. Het beeld is Mondriaans: een kaarsrechte oplichtende paal op een geordende aarde tegen een donkere, onstuimige hemel. Even verder lopen we langs de boerderij Groot Ganzepoel. Typisch voor deze streek, die vaak onder water stond, op een terp. In Angerlo terug belonen we onszelf met een heerlijke Van Dobben kroket bij snackbar Het Hoekje. Einde van een mooie wandeling.

Didamsche Wetering

Over Ton Burgers

Civiel ingenieur, gespecialiseerd in waterbouwkunde. Interesse in architectuur en geschiedenis. Ik schreef enkele boeken, waaronder Nederlands Grote Rivieren, Sporen naar Arnhem Centraal, Het Nieuwe Utrecht Centraal en de Watermonumenten van Arnhem.
Dit bericht werd geplaatst in Wandelen en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s