Kleurrijk Almere

Stadsklok van Almere

Ik was al heel lang van plan eens naar Almere te gaan. Maar naar welke wijk? Want Almere bestaat uit veel delen. Ik koos voor Centrum, makkelijk te bereiken per trein. Op de dag voor mijn tocht schreef Max Pam, columnist van de Volkskrant: ‘Algemeen wordt het centrum van Almere beschouwd als een stedenbouwkundige ramp’. Daarna koos hij ervoor om alles wat hij er zag lelijk te vinden. Merkwaardig, want het is zomer en de zon scheen. Ik was er twee dagen later in dezelfde omstandigheden, maar ervoer het heel anders. Was het de tijd van de dag? Toen ik ’s morgens om half elf aankwam, zag het er ook niet al te vrolijk uit. De Stationsstraat begon met Primark en eindigde met een somber ogend stadhuis op een te groot plein. Maar al heel snel daarna werd het zonnig en werd Almere een feest om door te lopen. Ik kocht een architectuur-route bij de VVV aan De Diagonaal 199 (zie mijn kaartje) en maakte een prachtige wandeling langs bijzondere gebouwen.

Almere Centrum is nog geen twintig jaren oud. Het is ontworpen door het bureau OMA van Rem Koolhaas. Sinds het oorspronkelijke ontwerp is er al veel veranderd, want ontwerpen op papier is – zelfs voor Rem Koolhaas – moeilijk. Het pakt altijd anders uit. Normaal niet zo erg, maar staal en beton verwijderen en opnieuw bouwen is verre van duurzaam. Dat is wel wat architecten ons vaak voorspiegelen. Dat neemt niet weg dat het plan van dit stadsdeel bijzonder is. Er zit naar de zuidzijde een verhoging in, waardoor de straten oplopen. Daaronder ligt een gigantisch gangenstelsel met ruimtes voor de bevoorrading van winkels en afvoer van vuilnis. Op de satellietfoto van Google kun je zien dat er verschillende lagen zijn: parkeren doe je onder het niveau van de winkelstraten en boven op het dak (bijvoorbeeld van de Citadel) liggen tuinen die bereikt kunnen worden vanuit de daar geplaatste woningen.

Opvallend is ook dat er vrijwel nergens auto’s rijden. Bijna overal zijn de straten het domein van voetgangers en fietsers. En de hele zaak wordt bijzonder goed schoongehouden, ik zag geen vuil op straat en veel schoonmakers. In de winkelstraten staan overal bloembakken, er zijn veel parken met kleurrijke bloeiende planten en ook de bevolking is kleurrijk. Almere heeft nu ruim 200.000 inwoners en zal binnen 20 jaar naar het dubbele aantal groeien. Ik werd meerdere keren onderweg aangesproken – gevolg van het lopen met een echt fototoestel – en iedereen was buitengewoon vriendelijk en geïnteresseerd in mijn bevindingen. De laatste was de Centrum-manager die mij vervolgens rondleidde in de catacomben van de Citadel.

Op mijn kaartje heb ik als Start het station Almere-Centrum aangegeven. Ik ben zelf eerst naar de VVV gelopen, omdat daar de architectuurwandeling begint. Het boekje (2,95 euro) is een aanrader, je komt heel wat te weten over de verschillende gebouwen. Een van de eerste is de schouwburg, prachtig gelegen aan het Weerwater. Het Weerwater is een uitgegraven plas, 60-70 meter diep; het zand is gebruikt voor de aanleg van de snelweg. Max Pam meent te moeten klagen over de daar gelegen Esplanade: ‘een geasfalteerde kartbaan waarop het verboden is te karten’ en ‘een Apollohotel met ramen zo klein als schietgaten’. Maar kijk eens naar mijn foto’s: het is daar prachtig! Tussen het hotel en de schouwburg liggen de appartementsgebouwen ‘Side by side’ broederlijk aan het water. Het uitzicht lijkt me groots. Daarna loop je langs ‘The Wave’ en ga je over de brug naast de binnenhaven. Aan de Olstgracht is het oudhollands rustig wonen vlak naast het centrum.

De weg vinden in Almere is meestal makkelijk, soms lastig. Er zijn veel duidelijke wegwijzers, en ook de straatnamen staan vaak aangegeven op bordjes. Maar ten noorden van het station is de loop van de straten vreemd. Waarom ligt de W. Dreesstraat pal in het verlengde van de P.J. Oudstraat, terwijl beide straten om de hoek doorlopen? Daar ligt het hoogste gebouw van Flevoland, de Carlton toren met veel rode verticale lijnen, midden in het bloemrijke P.J. Oudpark. Even verder is het Mandelapark met mooie vijvers; het is het dak van een parkeergarage, maar auto’s zie je er niet. Ga je iets verder de wijk in, dan liggen daar het veelkleurige UWV-gebouw en belastingkantoor. De kleuren tonen telkens anders, afhankelijk van je standpunt. In de J.G. Suurhoffstraat (wie kent nog deze voormalige PvdA-minister?) liep ik door een openstaand hek. Daar lag een besloten binnentuin, heel veilig voor kinderen. Op het fietspad passeerde een kleurrijk echtpaar, ingeburgerd gezien hun wijze van vervoer. Zouden ze weten dat hier zestig jaar geleden nog schepen voeren? Nu wonen er 160 verschillende nationaliteiten. In een bouwkundig hoogtepunt!

Over Ton Burgers

Civiel ingenieur, gespecialiseerd in waterbouwkunde. Interesse in architectuur en geschiedenis. Ik schreef enkele boeken, waaronder Nederlands Grote Rivieren, Sporen naar Arnhem Centraal, Het Nieuwe Utrecht Centraal en de Watermonumenten van Arnhem.
Dit bericht werd geplaatst in Kijken, Wandelen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s