Fietsen in de iets te groene Achterhoek

Landschap bij Eibergen

Fietsen in de Achterhoek is nog steeds een plezier. Ik zeg: nog steeds, omdat ook daar veel is verloren gegaan door bedrijfsterreinen, wegen en de grootschalige landbouw. Maar laten we eerst kijken naar het moois dat er nog wel is. Dat zijn veel zandpaden met door paaltjes afgescheiden fietsstroken, mooie bolle akkers (essen) en oude eikenlanen. En verder heel veel vriendelijke mensen die altijd groeten en op elkaar betrokken zijn, zoals bleek uit enkele voorbeelden onderweg. Wij maakten dus een mooie tocht van Eibergen, over Haarlo en Groenlo, en langs de Nederlands-Duitse grens terug naar Eibergen. Nog net geen 40 kilometer, dus goed te doen. Ik heb het kaartje met de fietsroutepunten bijgevoegd, zodat u het kunt nafietsen. Het start- en eindpunt ligt in Eibergen, op de hoek van de Lariksweg en de Beltrumseweg (dat is midden tussen de knooppunten 65 en 64). Daar kun je ook makkelijk je auto kwijt. Je fietst daar vandaan over de Beltrumseweg naar knooppunt 64.

Ondanks al het mooie onderweg wil ik toch wat negatieve punten kwijt. Het is hier zeker niet verstedelijkt, maar je gaat wel twee keer de N18 over: eerst bij Eibergen en daarna bij Groenlo. Die weg is heel druk, hij loopt van Oud-Dijk aan de A12 naar Enschede en zal dus wel een keer verdubbeld moeten worden. En dat betekent dat er ook meer industrie zal komen, kijk maar wat er bij Groenlo al naast de weg ligt. Ik ben zelf ook met de auto hier naartoe gereden, maar de vraag is toch: stopt dit nog ooit? Steeds drukker geeft meer wegen, en meer wegen geeft nieuwe drukte. En dus nieuwe bedrijfshallen, waar vrachtverkeer heen moet met grote containers die zojuist door het even versperde Suezkanaal zijn aangekomen. Ja, dat vervoer per schip is heel goedkoop en het belast het milieu ook niet zoals vrachtwagens dat wel doen, maar al die spullen in die containers moeten toch wel een keer ergens afgeleverd worden. Zullen wij ooit tevreden zijn met wat we hebben? Moeten we ons landschap volledig opofferen aan onze materiële behoefte?

En dan de landbouw. Overal gras. Dat was vroeger anders. Toen was er hier en daar een weiland met koeien. Die stonden ’s winters binnen en gingen ’s zomers naar buiten. Nu staan ze permanent binnen. De stallen zijn hier nog niet eens zo extreem groot, maar je ziet toch dat het fabrieken zijn van rundvlees. Die beesten worden gevoed met gras dat overal aanwezig is en met mais dat verbouwd wordt op de grond die niet voor gras bestemd is. Monocultuur dus. En verder met sojakoeken die uit Zuid-Amerika worden geïmporteerd. Koeien geven rundvlees, maar ze moeten net als wijzelf, ook leven. Dus voor 1 kilo rundvlees is 7 kilo voer nodig. Het verschil laten ze vallen als mest, vooral stikstof. En die wordt weer over het land verspreid. Dus eigenlijk verspreiden wij de voedingsstoffen vanuit Zuid-Amerika over onze grond. Daar wordt het hier niet vruchtbaarder van; integendeel, het is net als met te veel eten: er ontstaat indigestie en voedselvergiftiging.

Je ziet het aan het gras: helemaal groen, geen sprietje onkruid ertussen. Met onkruid bedoel ik andere planten en kruiden. Kijk eens naar de bloemenweiden in Zwitserland. Geweldig! Wat een kleuren en geuren. En die proef je in de producten van het land. Maar hier zijn de weiden egale groene vlaktes. Aan de rand bij de sloot ontwaarde ik nog een klein strookje met kleur en dat was het. Ik zag een bord, dat vol trots meldde dat er groene effectieve bodemverbeteraar gebruikt wordt. Inderdaad was het daar heel groen, maar ook heel saai

Nu wil ik niet de boeren de schuld geven van deze toestand. Ze werden gestimuleerd om het zo te doen door de consulenten van het Ministerie van Landbouw en die waren opgeleid in Wageningen. Dat alles gebeurde onder invloed van de geest van de tijd. Ruilverkavelingen, mechanisering, schaalvergroting, het was allemaal nodig om tegen de concurrentie op te kunnen. En wij wilden zelf ook ons lapje vlees. Dus we hebben het met ons allen gedaan en het gaat niet aan om nu alleen de boeren op te zadelen met halvering van de veestapel en zoek het verder uit. Maar ondertussen zijn geluiden als van de Partij voor de Dieren wel nuttig, want die zetten ons aan het denken. Ieder jaar worden, volgens hun, in Nederland 640 miljoen dieren gedood. Voor iedere Nederlander 35 dieren. En dat elk jaar! Het is niet gewoon veel, nee het is verschrikkelijk veel. En de stront van die honderden miljoenen beesten blijft hier achter. Dat is dus onze stikstofcrisis.

Ik zie eigenlijk maar één oplossing: stop met de overmatige consumptie, en laten we tevreden zijn met wat we hebben. Ga fietsen en geniet van het landschap. Stop met de aankoop van nieuwe badkamers, stroom vretende jacuzzi’s en te snelle (elektrische) auto’s van 2000 kilo. Doorgroeien zal uiteindelijk onze ondergang worden.

Lia 25 jaar: de buurt viert feest.

Over Ton Burgers

Civiel ingenieur, gespecialiseerd in waterbouwkunde. Interesse in architectuur en geschiedenis. Ik schreef enkele boeken, waaronder Nederlands Grote Rivieren, Sporen naar Arnhem Centraal, Het Nieuwe Utrecht Centraal en de Watermonumenten van Arnhem.
Dit bericht werd geplaatst in Fietsen en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s