Verloren landschap

Corridor Betuweroute/A15 tussen Elst en Oosterhout

Hoe snel verdwijnt het landschap dat wij kennen? Eeuwenlang bleef de Betuwe hetzelfde, de omgeving veranderde alleen op kleine schaal. Gelegen tussen de rivieren Rijn en Waal, lagen hier komgronden met zware klei en slechte ontwatering. Eens in de zoveel jaar was er een overstroming. De komst van de Betuwespoorlijn, van Dordrecht naar Elst, in 1886, bracht de eerste verandering. Toen kwam er een snelweg, de A15. Die werd bijna honderd jaar later, in 1980, opengesteld. In 1996 werd het besluit genomen tot aanleg van een goederenspoorlijn: de Betuweroute, een kwart eeuw na de snelweg in gebruik genomen (2017). En nu zijn we de helft van een kwart eeuw verder en ligt er een kolossaal bedrijventerrein langs die A15, bij Oosterhout, waar twee eeuwen terug de dijk nog doorbrak. Het landschap van zelfs minder dan dertig jaar geleden is ter ziele. Enorme hallen langs de snelweg, en sinds kort ook windmolens tussen Oosterhout en Elst. Wat gebeurt hier? 

In de eerste plaats moet je weten dat Lent en Oosterhout nu deel zijn van Nijmegen. En dus is de noordelijke oever van de Waal in een recordtempo volgebouwd met huizen, scholen, winkelcentra en een hotel. Lent was vroeger bekend om zijn potgrond, maar die grond is nu verdwenen onder de gebouwen. Daarna kwam er een bedrijventerrein, De Rietgraaf, langs de vroegere Griftdijk. En nu, sinds enkele jaren, het vervolg: Park15, direct aan de snelweg. Op hun website lezen we: Park15 is het toonbeeld van een nieuwe generatie duurzame bedrijvenparken in Nederland: tijdloos en met behoud van waarde op lange termijn. Kwalitatief hoogwaardig, groen en toekomstbestendig. Nederland wordt volgebouwd met grote hallen en dozen, vooral langs de snelwegen. We zijn bezig met het redden van een paar snippers natuur, met het introduceren van de wolf en met het behoud van enkele postzegels bloemrijk grasland. Overal lees je hoe de overheid de natuur wil herstellen en ecologische zones maken, maar zelden hoor je iets over het landschap.

Wat is of wordt er zoal gebouwd op Park15? Dat zijn hele grote hallen voor voedseldistributie. In de grootste zitten Lidl, Heinz en Albert Heijn. Wat wij eten wordt daarvandaan verspreid naar de winkels. Of naar de digitaal bestellende klanten, zoals bij Albert Heijn; zij verzorgen vanuit deze vestiging 40.000 bestellingen per week, zeg 7000 op een dag. Met zo’n elektrisch wagentje – dat is goed voor het milieu. Verder zit er natuurlijk een benzinestation – heel goedkoop, dus dat wordt weer omrijden voor velen – en natuurlijk een McDonalds. Wat is de lol van eten in de auto? Zelfs voor een kroket hoef je er straks niet meer uit, want ook Febo-drive is hier gevestigd. Daarnaast staat een heuse pindakaasfabriek: Supperfood met een gebouw van 3000 vierkante meter. Een heel normaal gebouw, maar qua oppervlak een minkukeltje, want de hal van Lidl meet 54.000 vierkante meter. Alles is hier groot, groter of grootst, want Heinz – die zit in de hal van Nabuurs supply chain solutions – bezet 75.000 vierkante meter. Dat zijn tien voetbalvelden. Met sauzen, dressings en tomatenketchup!

Moet het landschap van de Betuwe eigenlijk worden gespaard? Ergens moet je toch die bedrijven neerzetten en kun je het dan niet het beste daar doen? Midden op de Veluwe is al helemaal geen goed idee, dus dan maar weilanden en boomgaarden volplempen. En zo slecht wordt het helemaal niet uitgevoerd. Kijk naar de foto’s: mooie rechte lijnen, keurige sloten, er zijn zelfs voetpaden en er is een bankje waarop je kunt genieten van het nieuwe landschap. Volgens de kunsthistoricus Henk van Os hebben wij geleerd hoe mooi ons land is, door de schilderijen van onze zeventiende-eeuwse meesters. Is het dan mogelijk dat we op den duur een bedrijvenparklandschap ook mooi zullen vinden? Bijvoorbeeld door er veel mooie foto’s van te maken? Het lijkt me een illusie. Daarvoor is deze ingreep te groot. En het gebeurt ook te snel. Landschap moet wennen en dit gebied gaat voortdurend op de schop.

Zou minder supply chain solutions een oplossing kunnen zijn? Geen grote hallen meer, minder distributie, minder heen en weerkarren met elektrische of andere voertuigjes? Ik vrees dat het niet gaat gebeuren. De mens streeft helaas altijd naar persoonlijk gewin. Efficiency staat voorop. Als wij ervoor kiezen alles een beetje kalmer aan te doen, dan prijzen wij ons uit de markt. Dat is het leidende principe, en daaraan offeren wij ons landschap op. En dus hebben we straks alleen nog schilderijen die ons vertellen hoe mooi het was. Wat we toen niet zagen!

Even genieten van de omgeving

Lezen: Willem van Toorn, Het grote landschapsboek (2011)

Over Ton Burgers

Civiel ingenieur, gespecialiseerd in waterbouwkunde. Interesse in architectuur en geschiedenis. Ik schreef enkele boeken, waaronder Nederlands Grote Rivieren, Sporen naar Arnhem Centraal, Het Nieuwe Utrecht Centraal en de Watermonumenten van Arnhem.
Dit bericht werd geplaatst in Kijken, Nadenken en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s