Station Driebergen-Zeist

De spoorlijn van Amsterdam naar Arnhem – de eerste grote lijn in ons land – kwam in 1845 gereed. Utrecht werd bereikt in 1843, Driebergen in 1844. Er was toen alleen nog een voorlopig stationnetje, het echte station kwam er in 1864, een fors gebouw met een flinke overkapping en een overdekte loopbrug naar het tegenoverliggende perron. Net voor het station kruisten de straatweg en de spoorweg. Bijna honderd jaar later, in 1962 kwam er een nieuw station, kaal en glad, met een strakke klokkentoren als markering aan de weg. Aan weerszijden van de sporen lagen twee perrons, verbonden door een benauwd ondergronds tunneltje. Maar de straatweg werd drukker en ook het spoorverkeer nam toe, dus de overwegbomen waren meer dicht dan open. Er moest dus iets gebeuren en dat was niet klein: een ongelijkvloerse kruising en meer sporen voor de trein. Dat betekende ook een nieuw station, het werd recent geopend.

De spoorlijn is op maaiveldpeil gebleven en het station en de weg zijn omlaag gebracht. De stations accommodatie ligt nu op min één onder de sporen. Daarbij is gekozen voor flauwe hellingen en dus een brede kuil, waardoor het allemaal heel mooi past in het landschap. Voetgangers en fietsers kunnen de hellingen heel gemakkelijk nemen. De brede trap voor voetgangers en de flauwe helling voor fietsers daarnaast, zijn eerder uitnodigend dan onneembaar. De stations accommodatie bestaat uit twee delen aan weerskanten van de onderdoorgang: aan de westkant ligt een inpandige, ondergrondse stalling voor 3000 fietsen, aan de oostkant de stationshuiskamer en enkele winkels. Via een gewone steile trap kom je dan op het perron. Dat is een eiland geworden tussen de twee spoorrichtingen. De treinen die niet stoppen gaan daarbuitenom en razen dus niet meer vlak langs het perron. Dat is niet gedaan om de passagiers te beschermen, maar om de capaciteit van de baan te vergroten.

De weg van Driebergen naar Zeist is verbreed en gaat nu onder het spoor door. Ook hier zijn de hellingen flauw, met de fietspaden wat hoger dan de weg, waardoor het allemaal heel harmonieus is. De grondkerende muren zijn bekleed met mooie natuursteen en overal is groen en zijn bomen geplant. Over de weg ligt een voetgangersbrug, vernoemd naar de (kort voor de oplevering verongelukte) landschapsarchitect van het project, Kees Neven. De brug verbindt twee landgoederen: westelijk van de weg de Reehorst, oostelijk Bornia. Noord van de spoorlijn ligt een nieuw busstation, aan de andere kant is een grote parkeergarage gebouwd voor 600 auto’s. De lattenbekleding geeft de garage een natuurlijke uitstraling.

Er zijn naast het station nog meer mooie combinaties van landschap en architectuur te zien. Ik wandelde over de Reehorst en volgde de wegwijzers naar de Triodosbank en de Villa. Verscholen in het bos en aan de rand van een ruim grasveld doemde daar een luchtig gebouw op met ronde, omhoog spiralende vormen, het dak deels bekleed met mossen en planten: de Triodosbank. Zij willen werken aan een duurzame samenleving en daarbij transparant zijn. Welnu, dat wás hun gebouw. Zo was goed te zien dat er vrijwel geen mensen in dat gebouw werkten. (Maar corona, dus geen normale tijden.) Aan de andere kant van het grasveld een waterloop met vijver en een betonnen brug. Die leidde naar de Villa, een heel ander soort kantoor dan gebruikelijk. Gelegen op een kleiner grasveld tussen de bomen. Even verder lag een oude landgoedboerderij, de Wederkerigheid, nu een zorgboerderij. Vervolgens liep ik naar de parkeerplaats van de Triodosbank. Die is deels overkapt met zonnepanelen op het dak; het lijkt of de stroom rechtstreeks de auto’s ingaat. Het landgoed ligt ook vlak naast de A12, dus men kan er gemakkelijk met de auto komen.

Nog even terug naar het station van weleer. Driebergen was beroemd om zijn koffie. Al voor de trein stopte werden de raampjes opengedraaid. De obers renden van voor naar achteren langs de trein, je liet je gulden vallen op hun ronde dienblad en ze schonken een kartonnen beker vol met bruine koffie – de melk zat er al in. De laatste bekers werden nog geschonken als de conducteur al had gefloten en vaak rende de ober nog mee met de zich in beweging zettende trein. Een andere herinnering aan het oude station is een plaquette uit 1962. Die werd toen aangeboden door de Algemene Bond van Forensen, opgericht in 1927. Driebergen en Zeist waren dus al vroeg forensenplaatsen voor Utrecht. Want reizen wilden de mensen. Het nieuwe station is een geweldige verbetering in de huidige situatie. Maar de vraag is toch of onze huidige situatie, met zoveel mensen en mobiliteit, nou echt zo duurzaam is.

Over Ton Burgers

Civiel ingenieur, gespecialiseerd in waterbouwkunde. Interesse in architectuur en geschiedenis. Ik schreef enkele boeken, waaronder Nederlands Grote Rivieren, Sporen naar Arnhem Centraal, Het Nieuwe Utrecht Centraal en de Watermonumenten van Arnhem.
Dit bericht werd geplaatst in Kijken, Wandelen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s