Terpentocht Noord- Friesland

Vakantie in eigen land – het is een van de gevolgen van het coronatijdperk. Wij logeerden een paar dagen in Foudgum, een paar kilometer noord van Dokkum. In een voormalige pastorie, waar Piet Paaltjens ooit predikant was. Foudgum heeft 80 inwoners en had dus vroeger een eigen predikant. Kerk en pastorie liggen op een terp en de rest van het dorp ligt op de flanken van die terp. Het is er idyllisch, maar voor sommige mensen zal het ’s winters toch iets te veel eenzaamheid zijn. Naar Dokkum kun je fietsen en dat is een heel aangenaam stadje, vooral als je bedenkt dat Bonifacius daar werd vermoord. Door Dokkum loopt de Dokkumer Ee, voorheen bekend van de Elfstedentocht. Dokkum was de hoofdstad van het kwartier Oostergo, dat aan de noordzijde wordt begrensd door de Waddenzee. Aan de westkant lag vroeger de Middelzee, een zeearm die nog voorbij Leeuwarden doorliep. Leeuwarden lag toen dus aan zee!

Vroeger was dit gebied onherbergzaam. Het water kwam van drie kanten: vanuit het noorden (de Waddenzee), vanuit het westen (de Middelzee) en vanuit het oosten door de Dokkumer Ee die uitmondde in de Lauwerszee. In het jaar 800 hadden eb en vloed in het hele gebied vrij spel. Toch woonden er al wel mensen en die wierpen heuvels op waar ze konden wonen. De kerken staan altijd op de hoogste punten, dat is in het rivierengebied ook zo, het waren schuilplaatsen voor slechte tijden. Na het jaar 1000 werd het gebied bedijkt en omstreeks 1200 was het dijkensysteem gesloten en kwam de zee er alleen nog in bij overstromingen. Maar ook dat gebeurde toch nog regelmatig, dus die terpen waren altijd praktisch. 

Interessant is hoe de Romeinen aankeken tegen deze uithoek van hun rijk. Plinius de Oudere (# 23 na Chr.) schreef er het volgende over:

De Oceaan stroomt er met een uitgestrekte vloed tweemaal per dag en per nacht over een groot gebied op het land, en bewerkt er een eeuwige verandering van de natuur, en twijfel wat land is of wat een deel van de zee. [..] Daar woont een ellendig volk op heuveltjes of plateaus boven het peil van de hoogste vloed, die zij met hun handen hebben gemaakt, waarop hun hutten staan. Zij gelijken op schepelingen wanneer het water alles om hen heen bedekt, maar op schipbreukelingen wanneer het zich terugtrekt en zij de vissen rondom hun hutten vangen, die met de zee willen vluchten. [..] Zij kunnen niet op jacht gaan, want nergens zijn struiken waarin het wild zich kan ophouden. De klei, die zij met hun handen oppakken, laten zij door de wind drogen. Hun spijzen en hun lichamen, door de noordenwind verstijfd, verwarmen zij met aarde. Hun enige drank is regenwater, dat zij opvangen bij de deur van hun huizen.

Dat gebied is nu heel wat aangenamer en je kunt er prachtig fietsen. Wij maakten een terpentocht (40 km) en kwamen langs onbekende dorpen. Natuurlijk is Holwerd bekend van de boot naar Ameland, maar niemand gaat ooit de plaats zelf bekijken. Het is de moeite waard! Net als Ferwerd, gebouwd op een ruime terp. In het terrein merk je het nauwelijks, alles lijkt vlak, maar kijk je op het Actueel Hoogtebestand van Nederland, dan zie je (door vertrekking van de verticale schaal) hoeveel hoger deze dorpen liggen dan de omgeving. De hoogste terp is Hogebeintum met 9 meter boven NAP. Waarom die zo hoog gemaakt werd, is mij een raadsel. Misschien waren er toen ook al mensen die bang waren voor een nog verder rijzende zeespiegel.

Onze route ging langs de volgende knooppunten (met Ferwerd als startpunt): 34 – 2 – 76 – 18 – 28 – 27 – 29 – 79 – 78 – 26 – 19 – 20 – 22 – 21 – 17 – 77- 16 – 13 – (34). Het stuk van 2 – 28 is langs de Waddendijk met mooi uitzicht over de kwelders; in de verte zie je Ameland liggen. Toch is het een beetje saai. Gunstig bij westenwind, maar zwaar trappen met oostenwind. Maar denk dan als troost eens aan die Middeleeuwse mens die hier moest overleven. Geen elektrische fiets – zelfs geen gewone! – geen graafmachine om een terp te bouwen, geen verwarming in huis en geen café om koffie te drinken. Een schop was nog het beste gereedschap en een regenton om het water bij de deur op te vangen. Er is veel verbeterd in duizend jaar!

Brantgum

Over Ton Burgers

Civiel ingenieur, gespecialiseerd in waterbouwkunde. Interesse in architectuur en geschiedenis. Ik schreef enkele boeken, waaronder Nederlands Grote Rivieren, Sporen naar Arnhem Centraal, Het Nieuwe Utrecht Centraal en de Watermonumenten van Arnhem.
Dit bericht werd geplaatst in Fietsen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s