Maassluis, in de diepte

Naar Maassluis reis je tegenwoordig met de Rotterdamse metro die over de oude Hoek van Holland-spoorlijn rijdt. Ik stapte in Rotterdam Alexander op, de trein stopte op 20 tussenstations. Toch gaat het snel, 42 minuten later was ik in Maassluis. Buiten Rotterdam rijd je bovengronds, in de stad blijf je onder de grond. Je stapt uit op Maassluis Centrum en dan is het meteen genieten. Overal water, havens en bruggen. Vlakbij ligt de Waterweg met de Delflandsedijk, de eerste bescherming tegen het buitenwater. De kruin van die dijk ligt hoger dan de oude Maasdijk die de stad vroeger beschermde.

Maassluis is gebouwd in twee etages. Het deel buiten de Maasdijk ligt hoog. Door de haven komt het getij binnen met soms hoge waterstanden. Maar het oudste deel van de stad, daar waar het allemaal begon, ligt laag. Deze twee delen worden gescheiden door de oude Maasdijk, met daarin de sluizen voor de uitwatering van het binnenwater. Het hoge deel heeft meer allure, is wereldser. Hier liggen, aan de haven, de huizen van de kapiteins en stuurlui die met hun slepers in alle uithoeken van de wereld kwamen: het is Hollands Glorie van Jan de Hartog. Aan de lage kant van de Maasdijk is het kleinsteeds. Dit is de samenleving zoals door Maarten ’t Hart beschreven in Het roer kan nog zesmaal om. Men kreeg er ruzie over de schrijfwijze van het woordje Heere.

Maassluis dankt zijn ontstaan aan de bouw van een sluis aan de Maas voor de uitwatering van Maasland. Oorspronkelijk heette het daarom Maaslandsluis. Bij die sluis vestigden zich vissers. Die moesten voor alle officiële handelingen naar Maasland, wat ze op den duur een beetje zat werden. En dus deden ze moeite om zelfstandig te worden. Dat lukte in 1614. In het centrum liggen twee vaarten, de Noordvliet en de Zuidvliet, die waterden uit op het Scheur. Maar de Maasdijk moest gesloten kunnen worden bij hoog buitenwater en daarom waren er uitwateringssluizen in de dijk: de Monstersche Sluis in de Noordvliet en de Wateringsche Sluis in de Zuidvliet. Die sluizen zijn nu permanent dicht. De dijk en de sluizen vormen de afsluiting van het oude centrum.

Aan de westkant van het hogere deel zie je een geweldige kerk, de Groote Kerk, gebouwd in 1629/39 op het Schanseiland. Deze is gebouwd naar het model van de Amsterdamse Noorderkerk. Niet alle Maassluizers gingen vanuit de diepte op naar deze kerk, er waren veel mogelijkheden. Dat ze in Maassluis zo goed op de hoogte waren van het geloof, zal wel bevorderd zijn door de vele plaatselijke godgeleerden. De plaats werd gesticht door dominee Fenacolius, ene Aegidius Francken schreef er zijn Stellige God-Geleertheyd en Abraham Kuyper, de emancipator van de ‘kleine luyden’, werd er geboren. Zijn geboortehuis staat aan de noordzijde van de Zuidvliet, de Dr. Kuyperkade. Nu is daar het Kruidvat gevestigd.

De Hoogstraat – in feite de Maasdijk – ligt tussen de beide sluizen in. Daar ligt ook het vroegere stadhuis, nu Nationaal Sleepvaart Museum. De huizen zijn hier op en tegen de dijk aan gebouwd. Aan de andere kant ligt de Stadhuiskade. Die vormt de afsluiting van de Kolk (de haven) die in open verbinding staat met het buitenwater. Hier liggen de historische sleepboten, want Maassluis was de thuishaven van sleepvaartbedrijf Smit en bergingsbedrijf Van den Tak. Het is de moeite waard om een kijkje te nemen in het museum en je te laten voorlichten door de vrijwilligers, merendeels mensen uit het vak. Op de kade staat een plaquette voor Jan de Hartog. Daar ligt ook de Furie uit Hollands Glorie.

Ook het Museum Maassluis op de Zuiddijk is de moeite waard als je iets van de geschiedenis wilt weten. De schilder Jongkind woonde zes jaar in Maassluis en schilderde er Hollandse taferelen met schaatsers in waterland. Er liggen drie dikke delen God-Geleertheyd en nog andere verhandelingen van Aegidius Francken. Vanuit Maassluis was er een veer naar Den Briel aan de overkant, kilometers zeilen over gevaarlijk water. Hoeveel veiliger is alles nu geworden! Wat heeft het diepgelegen Maassluis niet doorstaan aan dat grote, gevaarlijke buitenwater? Niet voor niets steekt die kerk boven alles uit!

Gezicht op de noordzijde van de Maas, Jacob Quack, Jan Houwens (I), 1665

Over Ton Burgers

Civiel ingenieur, gespecialiseerd in waterbouwkunde. Interesse in architectuur en geschiedenis. Ik schreef enkele boeken, waaronder Nederlands Grote Rivieren, Sporen naar Arnhem Centraal, Het Nieuwe Utrecht Centraal en de Watermonumenten van Arnhem.
Dit bericht werd geplaatst in Kijken. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s