Napoleons nalatenschap

DSC_7610

De Zuid-Willemsvaart tussen Bocholt en Lozen

In 1799 werd Napoleon Bonaparte – 30 jaar oud – eerste Consul van Frankrijk. België was deel van de Franse Republiek, Nederland was een quasi-zelfstandige (Bataafse) Republiek. Rivaliteit was er tussen die twee sinds de Tachtigjarige Oorlog. Vóór Amsterdam was Antwerpen de belangrijkste haven van de wereld. In 1803 bezocht Napoleon Antwerpen en de Antwerpenaren vroegen om een rechtstreekse verbinding met de Rijn. Daar had Napoleon wel oren naar, want hij had weinig vertrouwen in zijn relatie met de eigenzinnige Hollanders. Antwerpen zou zijn oorlogshaven worden, het pistool op de borst van Engeland. Met een kanaal zou het hout, nodig voor de bouw van zijn oorlogsschepen, rechtstreeks uit de Duitse wouden naar de Antwerpse werven kunnen worden aangevoerd.

Het Grand Canal du Nord zou uit twee delen bestaan: het eerste deel van Antwerpen naar de Maas en het tweede deel van de Maas naar de Rijn. Napoleon – in 1804 keizer geworden – keurde het ontwerp in 1806 goed. Het kanaal zou volledig binnen zijn keizerrijk liggen, dicht langs de grens met de Bataafse Republiek, maar niet daaroverheen. Dat betekende: van Antwerpen langs Weert naar Venlo, want Limburg was ook deel van het Franse keizerrijk. Daar zou het de Maas kruisen en vervolgens verbinding maken met de Rijn – Frankrijks oostgrens – bij Neuss. Het kanaal zou 188 kilometer lang worden: 135 km van Antwerpen naar Venlo en 53 km van Venlo naar Neuss. Maar tussen Venlo en Neuss liggen heuvels, dus het kanaal moest eerst door zeven sluizen vanaf de Maas omhoog en dan weer door twee sluizen omlaag naar de Rijn. Maar nog veel erger was het tussen Antwerpen en Venlo: daar moest het hoogteverschil worden overbrugd door 28 sluizen, 17 omhoog van Antwerpen naar het Belgische Bocholt (niet ver van Weert), en daarna door elf sluizen omlaag naar de Maas bij Venlo. Omdat men water verliest bij het schutten (en door lek en verdamping) moest het kanaal worden gevoed met Maaswater dat van Maastricht, waar de Maas hoger ligt, werd aangevoerd naar Bocholt. Daar was een groot reservoir gepland, het Bassin Napoleon, als voeding voor de kanalen naar het oosten en westen – natuurlijk met een standbeeld van de keizer in het midden.

Deze diashow vereist JavaScript.

In 1808 begon men met graven. Duizenden arbeiders gingen met kruiwagens en schoppen aan de gang. Ook werd gestart met de bouw van de sluizen. Even over de grens bij Venlo – in Louisenbourg, genoemd naar Marie Louise van Oostenrijk, Napoleons tweede echtgenote – kwam een kampement voor de arbeiders. Daar werd ook de eerste van de zeven sluizen gebouwd voor de afdaling naar de Maas. De ruwbouw van deze sluis is nog te zien, net als grote delen van het kanaal tussen de Maas en de Rijn. Tussen Antwerpen en Venlo werden ook grote stukken kanaal gegraven, maar sluizen werden hier nog niet gebouwd. Want in 1810 werd Nederland ingelijfd bij het Franse keizerrijk en Napoleons Nederlandse raadgevers fluisterden hem toen in dat hij dat kanaal maar beter kon vergeten. Schepen konden gewoon de Rijn afvaren naar Rotterdam of Dordrecht, prima havens in zijn geëxpandeerde keizerrijk. De Belgen zagen die raad als de zoveelste streek van ‘de Hollanders’.

DSC_7592

De Zuid-Willemsvaart vanaf Sluis 17 bij Lozen richting Weert

Na Napoleons nederlaag in 1815 werd het voedingskanaal van Maastricht naar Bocholt en de kanaalsectie van Bocholt naar Nederweert onder koning Willem I omgevormd tot Zuid-Willemsvaart en doorgetrokken naar ’s Hertogenbosch. Ook daarover waren de Belgen kwaad. Willem was toch koning van het Verenigd Koninkrijk, waarom dan niet naar Antwerpen? Het telde allemaal op bij de haat tegen ‘de Hollanders’ en droeg zo bij aan de afscheiding van 1830, waarmee het zuidelijke deel van de Zuid-Willemsvaart Belgisch werd. En na de definitieve scheiding in 1839 verlengden de Belgen dat kanaal meteen naar Antwerpen. Dat werd het Kempenkanaal dat zich bij Bocholt, even voor de grens met Nederland, afsplitst van de Zuid-Willemsvaart en met 17 sluizen naar Antwerpen liep. Tientallen jaren weigerden de Belgen zelfs de naam Zuid-Willemsvaart te gebruiken; zij spraken van het kanaal van Maastricht naar ’s Hertogenbosch.

Deze diashow vereist JavaScript.

Het Kempenkanaal werd later hernoemd tot Kanaal van Herentals naar Bocholt, omdat het bij Herentals aansluit op het Albertkanaal. Het is mooi gelegen in de vroeger armzalige heidevelden van de Kempen, nu zijn daar bossen met chique dorpen en grote villa’s. Je kunt erlangs fietsen en de originele tweetrapssluizen uit 1845 bewonderen. Uit dezelfde tijd dateren de sluizen 17 en 18 in het Belgische deel van de Zuid-Willemsvaart, bij Lozen en Bocholt (zie satellietbeeld boven). Het ziet er allemaal heel gemoedelijk uit, maar pas op: als Hollander wil je nog wel eens over de duidelijk getrokken verbodslijnen heen stappen om even beter te kijken. Dat wordt in België niet gewaardeerd: ‘gij zijt toch niet van de navigatie, dus wilt u hier wel verdwijnen’. Ook na tweehonderd jaar zijn de verschillen tussen Nederland en België niet weg!

DSC_7618

Sluis 18 bij Bocholt in de Zuid-Willemsvaart

Over Ton Burgers

Civiel ingenieur, gespecialiseerd in waterbouwkunde. Interesse in architectuur en geschiedenis. Ik schreef enkele boeken, waaronder Nederlands Grote Rivieren, Sporen naar Arnhem Centraal, Het Nieuwe Utrecht Centraal en de Watermonumenten van Arnhem.
Dit bericht werd geplaatst in Fietsen, Kijken en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s