Fietsen op Duiveland

Zelandiæ Pars Transscaldina Vulgo Beooster-Scheld

Schouwen-Duiveland; kaart van Blaeu circa 1645

Schouwen en Duiveland waren eens twee gescheiden eilanden. Het grenswater – de Gouwe – liep van de Oosterschelde langs Zierikzee en Schuddebeurs naar het noorden, en mondde daar uit in de Grevelingen. In 1610 zijn de beide eilanden aan elkaar gedijkt en werd de naam Schouwen-Duiveland. Wij logeerden een paar dagen in Zierikzee en genoten van al het moois in het stadje en zijn omgeving. Zierikzee is vroeger een belangrijke haven geweest en de Oosterschelde was de hoofdvaarroute naar Antwerpen – niet de Westerschelde. Zoals altijd is de haven verzand, ofwel werden de schepen te groot, en toen was het gedaan met de rijkdom van Zierikzee. Tot na de Tweede Wereldoorlog was het armoedig en verwaarloosd. Maar de plaats is kennelijk enorm opgeknapt, want het ziet er nu allemaal geweldig uit. En dan zie je dat herstel van oude glorie ook weer nieuwe welvaart brengt.

Zierikzee heeft een mooi museum, het is gevestigd in het oude stadhuis. Deels gerund door vrijwilligers, en die doen dat, in samenwerking met de vaste staf, kennelijk goed. Wij sliepen aan de Oude Haven in het huis waar Pieter Caland, de ontwerper van de Nieuwe Waterweg is geboren, een erg mooie plek. Je zit er vlak bij de oude stadspoorten. Aan de Haven staan nog huizen uit de 16e eeuw, rijk geornamenteerd.

Wat mij het meest opviel aan Zierikzee is het grote hoogteverschil in het plaatsje. (Zie de afbeeldingen met het Actueel Hoogtebestand; rood en geel is hoog, donkerblauw is laag). Bij de Oude Haven ligt alles hoog, op een niveau van wel ruim 3 meter boven NAP. De kade van de Nieuwe Haven ligt ook hoog, want die moest vroeger – voor de sluiting van de Oosterschelde – beschermen tegen de zeewaterstand. Maar daartussen liggen de straten erg laag en bij de rand van de oude vestingwal en de Nieuwe Haven duikt het maaiveld zelfs naar 1,5 meter onder NAP. Op korte afstand is het hoogteverschil dus wel 4,5 meter. Het betekent dat zo’n oud stadje als Zierikzee misschien begonnen is op een lichte verhoging in het landschap, maar dat in oude tijden de mensen het kerngebied al heel snel hebben opgehoogd naar veiliger niveaus. Ook opvallend is dat het vroegere water, de Gouwe, hoger ligt dan het omliggende land. Dat komt doordat de bodem hier zandig is en het omringende land klei; dat laatste is ingeklonken en daardoor lager gekomen. Alle vroegere kreken liggen nu hoger dan het omringende land.

Bij de Ramp van 1953 stroomde het water natuurlijk over de dijk het lage gebied in. Doordat het hoger gelegen deel van Zierikzee dichtbij was, en vrij groot, konden de mensen zich snel in veiligheid brengen en daar schuilen. Daardoor zijn er betrekkelijk weinig mensen in Zierikzee verdronken, ik geloof maar twaalf. Veel erger was het in de rest van Schouwen-Duiveland. Wij bezochten ook het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk, een paar kilometer buiten Zierikzee. Het is gevestigd in de vier caissons die hier gebruikt zijn om het laatste gat in de dijken te dichten, in de herfst van 1953. Die caissons schoven en zakten alle kanten op, toen ze daar afgezonken werden.

Pas in het jaar 2001 werd het eerste caisson ingericht als museum en enkele jaren geleden is het uitgebreid tot alle vier caissons. Het meest indrukwekkend is hier de lijst met namen: 1835 mensen kwamen om, sommigen zijn nooit teruggevonden. Ik heb een hoogtekaartje bijgevoegd met de ligging van het dorp Ouwerkerk, vlak achter de caissons en het toenmalige doorbraakgat. Ook daar ligt de kern van het dorp hoger, maar die kern is heel klein. Het water moet met een geweldige kracht door het gat in de polder zijn gestroomd en als een vloedgolf op het dorp zijn aangekomen. Geen redden meer aan, in het dorp kwamen 91 mensen om, 15-20% van de bevolking. Hetzelfde geldt voor Nieuwerkerk even noordelijker gelegen, maar groter. Daar waren 289 doden, een zesde deel van het dorp.

Wij fietsten door dit prachtige Zeeuwse land, het lijkt helemaal vlak. Maar dat is het dus niet, er zijn hoogteverschillen van enkele meters, genoeg voor het verschil tussen dood of leven. Wind was er ook nu, en dat maakt het fietsen een beetje zwaarder. Toen, in 1953, had de wind orkaankracht en was het ook nog springtij. Bij Ouwerkerk was de buitenwaterstand ongeveer 4,5 meter plus NAP. Een muur van 6 meter water stortte zich in de polder.

Fietsen op Schouwen-Duiveland

Strakke lijnen, mooie dijkjes

Het land is leeg, er zijn veel smalle dijkjes, rechte sloten en grote boerderijen, weer opgebouwd na de ramp. In Zeeland wordt hard gewerkt, en hopelijk levert het de boeren ook wat op. Wilde natuur is hier niet, het is meer een combinatie van cultuur en natuur: strakke lijnen op de akkers naast kronkelende kreekjes, ooit bedijkt. Ik moet denken aan het boek van Chris de Stoop, Dit is mijn hof, en hoop dat hier niet ook de zucht naar nieuwe natuur toeslaat en de boeren worden weggejaagd. Dit land is rijk en mooi, gewonnen op de zee door mensen die volhard hebben, zelfs na de grootste ramp, nu 63 jaar geleden.

Langs de Oosterscheldedijk

Natuur langs de Oosterscheldedijk

Over Ton Burgers

Civiel ingenieur, gespecialiseerd in waterbouwkunde. Interesse in architectuur en geschiedenis. Ik schreef enkele boeken, waaronder Nederlands Grote Rivieren, Sporen naar Arnhem Centraal, Het Nieuwe Utrecht Centraal en de Watermonumenten van Arnhem.
Dit bericht werd geplaatst in Fietsen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s